Keuken

Wat is speltherapie?

 

Klik hier voor een kort filmpje over speltherapie.

Als ouder of verzorger kun je je kind zelf aanmelden voor speltherapie. Ook de school of huisarts kan speltherapie adviseren.

Een kennismakingsgesprek is vrijblijvend en gratis. Als er besloten wordt tot aanmelding, is de procedure als volgt:

  • intakegesprek met ouders waar de hulp­vraag wordt besproken en uitgebreid wordt ingegaan op de geschiedenis van  uw kind
  • je kind komt drie keer voor observatie
  • de doelstellingen worden bepaald en een hulpverleningsplan wordt opgesteld
  • je kind komt iedere week, op een vaste tijd, naar de spelkamer

Een sessie duurt  60 minuten. Een therapie bestaat gemiddeld uit 10 tot 15 sessies, maar kan ook korter of langer zijn. Afhankelijk van het kind en de situatie.

Ik vind het heel belangrijk om regelmatig contact te hebben met ouders of verzorgers. Jullie kennen je kind zoveel beter dan ik, en door samen te kijken en te luisteren kunnen we je kind nog beter helpen. (Uit onderzoek is gebleken dat een goede samenwerking een positieve invloed heeft op de therapie). Na 4-5 sessies plannen we, (meestal in plaats van een spelsessie, maar het kan ook in de avond) een gesprek. Jullie vertellen hoe het  thuis en op school gaat,  en  ik vertel over welke thema’s je kind speelt in de spelkamer. Samen stellen we nieuwe doelen op voor de komende sessies.

Lees hierna meer over de inhoud van speltherapie

Het begin van de therapie

In het begin van de therapie gaat het om contact maken en zorgen dat het kind zich veilig voelt. Het kind tast ook de grenzen af: wat mag hier allemaal in deze kamer, en wat mag niet?

Jochem, een jongen van 6  met veel agressie in zich, slaat tijdens het zwaardvechten op mijn hand en wil dat nog een paar keer doen. Ik vertel hem dat een van de weinige regels in de spelkamer is ‘we doen elkaar geen pijn’. Ik stel voor dat hij op de zitzak gaat slaan. Jochem weet nu dat er een alternatief is als je zo boos bent dat je iedereen wilt slaan.

Ik krijg in deze voorbereidende fase van de therapie een duidelijker beeld van het kind: waar heeft het kind moeite mee, hoe gaat het om met frustratie, tegenslag, of als iets niet lukt?

 Johnny  probeert een plankje door te zagen. Met zijn volle aandacht haalt hij de zaag heen en weer, maar tegelijk gaat ook het plankje heen en weer. Hij blijft het een poos proberen en dan wil hij de zaag wegleggen. Ik weet nu dat hij een doorzetter is, (hij geeft niet direct op) en dat het kan zijn dat hij niet makkelijk hulp vraagt.

 Ontladen van spanning en opgekropte gevoelens kan ook naar voren komen.

Tijdens vijf opeenvolgende sessies laat Janine mij voor zich uit rennen. Zij heeft het pistool in haar hand en ik moet spelen dat ik bang ben. Janine is zo vaak zelf bang geweest, dat ze mij nu laat merken hoe het is om bang te zijn, en angst te hebben. Ik zeg voortdurend hoe bang ik ben, en wat een rotgevoel het is om zo bang te zijn. Janine snapt dat heel goed, het is precies wat zij steeds voelde. Zij is op deze manier bezig om haar angst te verwerken. Als ze de zesde keer komt is er ruimte voor ander spel.

Tijdens de eerste sessie bespreek ik het probleem of de problemen van het kind,  in woorden die bij het kind passen. Dit is vaak al helpend voor het kind: het probleem mag er zijn, het hoeft niet verstopt te worden. Ook laat ik op die manier merken dat moeilijke dingen geaccepteerd worden en bespreekbaar en ’speelbaar’ zijn.

Eerste sessie

Ik vertel dat in de spelkamer over alles gespeeld mag worden: over blijheid, maar ook over verdriet, angst en boosheid. In andere situaties worden dergelijke nare emoties vaak niet zo gewaardeerd, in de spelkamer mogen ze er zijn, alle gevoelens mogen uitgespeeld worden.

 Verloop van de therapie

Als het kind ervaren heeft hoe het gaat in de spelkamer en zich veilig voelt, komt er verdieping en verwerking: het kind gaat verder over zijn problemen spelen, tekenen of knutselen, bouwen of praten. Ieder kind kiest de manier die bij hem past. Ik steun en begeleid hen daarin. Ik word regelmatig door kinderen getest op het uithouden van negatieve gevoelens.

Reda zegt als hij een verhaal gaat vertellen ‘het laatste gedeelte wil je echt niet weten’. Ik vraag of het heel heftig is. Reda knikt en vraagt ‘Wil je het echt weten?’ Als ik zeg dat als hij het graag wil vertellen, ik het graag wil horen, gaat hij verder met zijn verhaal. Hij ervaart aan den lijve dat ook heftige verhalen in de spelkamer verteld kunnen worden.

Ik breng het spel dat het kind speelt onder woorden en geef het daardoor betekenis. Ik kan dan zeggen: ‘Zo, die heeft gewonnen, dat is een heerlijk gevoel’. Maar het kan ook zijn dat ik zeg: ‘Zo, die heeft gewonnen, hij is blij, maar wat heeft hij er veel voor moeten doen. Moet je eens kijken hoe hard hij heeft moeten vechten’. Ik geef aan dat er naast het geluksgevoel ook oog kan zijn voor de moeite die iets kost. Omdat ik de geschiedenis van het kind ken, weet ik welke woorden en welke gevoelens bij hem of haar  passen.

 Interventies

Ik kan, vooral later in de therapie, naast het volgen, ook tegenspel gaan bieden. Ik kan een spelfiguur iets laten zeggen dat haaks staat op wat tot nu toe gebeurd is.

 Cecile van 5, die bij mij komt omdat ze zich niet goed kan concentreren, speelt regelmatig winkeltje. Als ze het als winkelmevrouw heel druk heeft, vraag ik als klant: ‘hoe doet u dat toch mevrouw, wordt het niet ontzettend druk in uw hoofd?’ Cecile zegt dat ze alles gewoon een voor een doet. Als winkelmevrouw spreekt ze uit hoe het voor haar als Cecile is om de dingen een voor een te doen.

Eindfase en afsluiting

Als de doelen bereikt zijn en het gewone leven meer aandacht vraagt, ook in de spelkamer, komt de eindfase in zicht. Het kind heeft meer vertrouwen gekregen in zijn eigen kunnen en is zich zelfbewuster gaan gedragen.

Bij het eindgesprek met de moeder van Janine zeg ik tegen haar dat het wel lijkt of Janine meer rechtop is gaan lopen. Moeder zegt:”Ja, ze staat er gewoon weer’.

Ook aan de afsluiting wordt aandacht besteed. Ik spreek met ouders en kind af hoeveel keer therapie er nog nodig is. Met de foto’s die ik tijdens de therapie van spelbeelden heb gemaakt, maak ik een afscheidscadeau dat bij het kind past. Soms maak ik een metafoorverhaal, waarbij het kind de hoofdrol speelt. Of ik maak een boek met de foto’s van de spelbeelden en een verhaal van het kind zelf.

Voor Roan, die naar speltherapie kwam omdat zijn opa onverwacht overleed,  maakte ik een boek over een ridder die allerlei onverwachte dingen meemaakte, en daar helemaal boos van werd (net zoals dat bij Roan het geval was). De ridder wapende zich van top tot teen en ging vechten en vechten. Uiteindelijk had hij genoeg gevochten.  Hij was een ridder die wist hoe hij moest vechten, maar hij hoefde het  niet meer te doen.

En dan gaat het kind weer op eigen kracht verder. De steun in de rug is voor nu klaar, het kind kan het zelf weer.jonge-meisje-kast

 

 

 

Moeder van R. : Het fotoboekje vind ik ook erg mooi en waardevol!

moeder M: En wat een ontzettend leuk fotomapje zeg,  een super herinnering!